Information about the word kapitaliseren (Dutch → Esperanto: kapitaligi)

Part of speechverb
Pronunciation/kapitaliˈzerə(n)/
Hyphenationka·pi·ta·li·se·ren

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) kapitaliseer(ik) kapitaliseerde
(jij) kapitaliseert(jij) kapitaliseerde
(hij) kapitaliseert(hij) kapitaliseerde
(wij) kapitaliseren(wij) kapitaliseerden
(jullie) kapitaliseren(jullie) kapitaliseerden
(gij) kapitaliseert(gij) kapitaliseerdet
(zij) kapitaliseren(zij) kapitaliseerden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) kapitalisere(dat ik) kapitaliseerde
(dat jij) kapitalisere(dat jij) kapitaliseerde
(dat hij) kapitalisere(dat hij) kapitaliseerde
(dat wij) kapitaliseren(dat wij) kapitaliseerden
(dat jullie) kapitaliseren(dat jullie) kapitaliseerden
(dat gij) kapitaliseret(dat gij) kapitaliseerdet
(dat zij) kapitaliseren(dat zij) kapitaliseerden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
kapitaliseerkapitaliseert
Participles
Present participlePast participle
kapitaliserend, kapitaliserende(hebben) gekapitaliseerd

Translations

Englishcapitalize
Esperantokapitaligi
Germankapitalisieren